Onze back heet Marcel

Marcelo heet –ie. Van Real. Die rechtsback met die hipsterbaard op z’n hoofd, weet je wel. Bij DVC 5 worden ze onrustig als ze zo’n jongen zien rennen. Zo’n vent die als een F’je zo blij dendert over het veld van hoekvlak naar hoekvlag, veel te snel en handig is met een bal met een veel te perfect getimede sliding, een bereconditie, een belachelijk strakke en met liniaal afgemeten voorzet en meerdere tegenstanders in z’n broekzak. Een moderne back noemen ze z’n vent. Allemaal hartstikke mooi om te zien, zo’n moderne back, maar van DVC 5 mogen moderne backs heel snel gaan douchen. Als de douche het doet.

Ook de godenzonen zijn voor vernieuwing in het voetbal als het maar geen kunstgras is. Want af en toe een nieuwe bal is wel zo prettig. Of nieuwe kalklijnen. Nieuwe schoenen ook. Maar doe effe normaal met je moderne back. Zo’n irritant kwispelend kefhondje dat aan de lijn zit, maar overal bij wil zijn. Hij wil verdedigen, maar moet ook voorzetten geven. Hij wil slidings maken, maar ook slidings ontwijken. De moderne back is zijn taak volledig kwijt. Hij rent te veel, moet te veel, wil te veel.

Bij DVC 5 heet Marcelo gewonnen Marcel, staat ouderwets achterin aan de zijkant en doet normaal.

Want Marcel houdt niet van fratsen. Fratsen zijn te ingewikkeld. Geef Marcel de bal en het leer vliegt naar voren, over de zijlijn of wordt veilig teruggespeeld naar de keeper. Soms te kort, soms te hard, maar altijd met de beste bedoelingen en altijd met excuses erachteraan. Marcel weet namelijk wat –ie kan: helemaal niks. Hij is er niet voor het voetbal. Hij doet mee omdat ’t zo vreemd lijkt als –ie altijd alleen maar aanwezig is tijdens de derde helft. Toch kun je op Marcel bouwen. Kun je van Marcel op aan. Tijdens de wedstrijd omdat die positie dan is ingevuld. En na de wedstrijd omdat Marcel tickets heeft voor een concert van Ramstein. Marcel wil dat het liefst tijdens de pot al vertellen, maar dan is iedereen aan het voetballen. Dus doet –ie maar mee. Marcel is wat je noemt een ouderwetse back.

Marcel doet niet aan knijpen, want hij weet niet wat dat is. Marcel gaat niet mee naar voren, omdat –ie denkt dat –ie niet over de middenlijn mag volgens de spelregels en Marcel geeft als je geluk hebt maar één crossbal per pot, vaak op de materiaalman die nietsvermoedend de bal op z’n achterhoofd krijgt, áls Marcel ‘m lekker raakt. Soms zaagt Marcel een buitenspeler door midden. Plaatst -ie z’n voet per ongeluk op een scheenbeen of enkel. Maar dat kun je ‘m niet kwalijk nemen. Marcel is namelijk een dienende speler die altijd voor iedereen klaarstaat. Vaak op de verkeerde plek, vaak te laat, vaak traag als dikke stront door een verstopt doucheputje, maar dat is allemaal oké. Want Marcel herstelt zich altijd. Dorst? Marcel haalt een biertje voor je. Hulp nodig in de tuin? Marcel neemt z’n eigen schoffel mee. Stomdronken? Marcel drinkt mee. Behalve in november, want dan drinkt hij niet. Marcel is die dragende speler, die klusjesman, die steunpilaar van het team in de derde helft, die ouderwetse back zonder enig balgevoel en zonder enig ritme. Maar ritme heeft deze back niet nodig; ritme is voor muzikanten, bij de ouderwetse back heeft er überhaupt nooit muziek in gezeten.

Het moderne voetbal is veel te ingewikkeld. Veel te snel. Veel te soepel. Backs staan achterin en proberen een bal af te pakken. Meer niet. Bij DVC 5 hoeft achterin geen Alvés te staan. Geen Alba, Sandro of Marcelo. Marcel volstaat. Gewoon Marcel. Een back zonder poespas: lelijk, maar in zijn puurste vorm.

Zo ook afgelopen zaterdag. En sinds lange tijd weer eens 90 minuten. Maar het mocht niet baten. Potetos won op Pelinello geflatteerd van DVC 5. En er waren nog geen goede douchekoppen, dus was daar weer het statement van de Godenzonen: “wij winnen thuis niet meer”.

Start een gesprek